agenda:  

Nieuwjaarsreceptie

10-01-2022

Oude Stadhuis
20:00 uur

'Geheim' van de Staphorster klederdracht

18-01-2022

Sluuspoort Zwartsluis
20:00 uur

Handbrandspuit

Handbrandspuit

Op 5 juli 1935 staat er in de Zwolsche krant een advertentie waarin de gemeente Hasselt bij inschrijving een oude handbrandspuit te koop aanbiedt. Eeuwenlang heeft deze spuit dienst gedaan om branden in en om Hasselt te blussen. In 1912 koopt het gemeentebestuur een moderne motorbrandspuit en blijft de handbrandspuit dienst doen als achtervanger.  Bij de zoektocht om te achterhalen waar de handbrandspuit gebleven is, kom ik terecht bij de Historische vereniging Amstelodamus in Amsterdam. In haar verenigingsblad vertelt dhr. Van Eck in 1959 dat hij in 1935 de Hasselter handbrandspuit in bezit heeft gekregen. Het gemeentebestuur kan geen koper vinden voor het oude ding en omdat Van Eck wel belangstelling toont, stuurt het gemeentebestuur de brandspuit naar hem op tegen betaling van 35 gulden aan vrachtkosten.  De vermoedens van Van Eck blijken juist te zijn. Het gaat om een heel oude brandspuit, gemaakt door de gebroeders Van der  Heyden.  Jan van der Heyden was een beroemde  Amsterdamse  kunstschilder en uitvinder. Zo maakte hij o.a. straatlantaarns, hield zich bezig met baggermolens, schepraderen en kachels. Hij was het ook die de eerste functionele handbrandspuit maakte en daardoor wereldberoemd werd. Zelfs tsaar Peter de Grote nam er enkele mee naar Rusland.  De brandspuit bestaat uit twee delen; het spuitgedeelte en de aanjager. De aanjager pompt het water uit de gracht, zet er druk op zodat de spuit continu water in het vuur kan spuiten. De slangen zijn gemaakt van waterdicht hennepvezel. Een wilgentenen mandje voor de slang zorgt ervoor dat er geen viezigheid uit de gracht meegezogen wordt in de slang.

Van Eck is blij met zijn vondst en besluit hem te schenken aan het Historisch Museum in Zwolle of het Rijksmuseum in Enschede. Maar daarvoor wil hij eerst precies weten in welk jaar de brandspuit gemaakt is. Het octrooi van Jan van der Heyden liep af in 1702. Op de brandspuit zit geen octrooiplaatje, dus hij is gemaakt na 1702. Maar wanneer?  Hij doet onderzoek in allerlei archieven, maar zonder resultaat.  Ondertussen staat het “bakbeest” in zijn garage en neemt teveel ruimte in. (samen ongeveer acht meter lang). In 1938 is hij het zat. Hij sloopt de brandspuit. Hij behoudt de mooiste onderdelen: de roodkoperen lantaarns, de drukbakken, de zuigers, enz. 

Maar de vraag naar het bouwjaar blijft knagen.  Pas in 1953 krijgt hij via burgermeester Malcorps en dr. Avis, inspecteur van de Gemeente en Waterschaparchieven, een kopie van een brief aan de Vroedschap van Hasselt waarin Jan van der Heyden in 1708 aan de Vroedschap bekendmaakt dat de brandspuit klaar staat om opgehaald te worden.  Het luidt: “Mijn Heren, De geordonneerde slagbrandspyt en zijn toebehoren staat in ’t geheel gereet en vaardig, des wij nu Uw Ed. Achtb. nader ordre volgens afspraak verwagten, inmiddels blijven wij geheellijk.  Uw Edelachtb. oodmoedige dienaren  Jan van der Heyden en Jan van der Heyden de jonge. Amsterdam 27 september 1708. “ 
Het vroedschap heeft de brandspuit voor ongeveer 890 gulden gekocht en betaald middels een belasting opgelegd aan de burgerij.

Van Eck beëindigt zijn verhaal met : ” Ik moge mij met het slopen er van aan vandalisme schuldig hebben gemaakt, maar ik heb troost dat de lantaarns en de parapluiebak in de gang, de houtbak in de serre en de werkbank in de schuur e.r.q. van goede makelij zijn, minstens 250 jaar oud, en uit de familie komen.